Handel en wandel van de kerkvaders

Ze legden de basis voor het christelijke mens- en maatschappijbeeld, kerkvaders als Augustinus en Johannes Chrysostomos. Maar naast wetenschappelijke werk bereidden ze ook jongvolwassen gelovigen voor op de doop. ‘’Ze hadden hun eigen ‘tips en trucs’ om aankomende dopelingen gevoelig te maken voor het geheim van God, en voor een ander levensbesef dan het materialistische,’’ zegt kerkhistoricus Paul van Geest van de Universiteit van Tilburg. Nieuwsgierig naar de manier waarop kerkvaders christenen vormden, organiseerde hij een internationaal congres waarbij toptheologen op het gebied van zowel oosters als westers christendom, hun inzichten hierover delen. ‘’Een opwindend en belangrijke uitwisseling,’’ noemt prof. Karl Morrison, een van de sprekers en expert uit de VS op het gebied van vroege kerkvaders, de studie naar de manier waarop de kerkvaders retorische middelen inzetten en rituelen duidden om gelovigen te vormen.

Van Geest, directeur van het Centrum voor Patristisch Onderzoek van UvT en VU: ‘’Volgens de kerkvaders hebben mensen een vrije wil en een reflexief vermogen. Mensen zijn dus vrij te kiezen in welk perspectief zij hun leven wilden leiden: in dat van de veranderlijke en vergankelijke wereld, vol tegenstrijdigheden en paradoxen, of in het perspectief van een Geheim, waaruit zij zelf voortkomen en waarnaar zij zelf weer naar toegaan. We willen graag toetsen hoe kerkvaders als Chrysostomos, Augustinus, Basilius dat deden. Eerder onderzoek is gericht op wat de kerkvaders gezegd hebben over een bepaald thema. Er is ook veel studie gedaan naar hun exacte tekst op basis van handschriftenonderzoek. Dit congres gaat over de vraag hoe ze de gelovigen gevormd en begeleid hebben op hun weg naar de doop en in het leven erna. Met een technische term heet dat mystagogie, de inwijding in de geloofsgeheimen. Er was in die tijd wel de kinderdoop, maar zeker in de vroege eeuwen kwam het geregeld voor dat volwassenen toe wilden treden tot de christelijke kerk. We willen weten hoe de kerkvaders dat traject vorm gaven.‘’

Dat lijkt vooral een vraag waar kerkelijk betrokken christenen in geïnteresseerd zijn. In een tijd van ontkerkelijking kunnen ze de kunst af te kijken van de groten uit de christelijke traditie en zo nog te redden wat er te redden valt. Is dit wel wetenschap?

Van Geest: ‘’De aspecten van de christelijke mystagogie zijn zeker wetenschappelijke te toetsen, en natuurlijk kun je ze bestuderen als je zelf ongelovig bent. Het is wel zo dat het een extra grote alertheid vraagt, wanneer je met een christelijke betrokkenheid op deze thema’s gericht bent. Dan moet je kritisch zijn, niet zozeer op wat de kerkvaders gezegd hebben, als wel op je eigen wetenschappelijke uitgangspunten. Die mogen natuurlijk niet ideologisch worden ingekleurd. Je kunt je best laten fascineren door een kerkvader bij het lezen van zijn tekst, maar je moet je wel blijven afvragen welke methoden en technieken hij gebruikt en welke ervaringen hij inzet om zijn mensen te vormen.‘’

Dat kerkvaders het publiek dat ze voor zich hadden, probeerden bij te brengen dat er meer in het leven is dan materie alleen, lijkt een moderne insteek. Speelde dit dan ook in de vierde of vijfde eeuw?

Van Geest: ‘’De vraag was toen, dus in de vierde en vijfde eeuw, net zo actueel als nu. In een van zijn preken legt Augustinus zijn gehoor de vraag voor: ‘Denken jullie dat alles materie is?’ In zijn tijd was het denken beïnvloed door de Stoa. Stoicijnen meenden dat alles materieel is, omdat mensen en zaken anders niet kunnen bestaan. Ook de ziel bestond uit materie, die zo fijn was dat je deze niet kon zien, maar wel materie dus. Daar gaat Augustinus vanuit zijn kennis van de Schrift en het neoplatonisme tegen in. Voor hem kan iets ‘zijn’, zonder dat het materieel ‘is’. Buiten tijd en ruimte is er voor hem iets, of beter Iemand die de mens niet kan vatten maar waardoor hij zich wel omvat mag weten. Naar een dergelijk levensbesef wil hij zijn gelovigen leiden.’’

Een van de sprekers is de bekende orthodoxe aartsbisschop Kallistos Ware. Van Geest: ‘’Wat precies de verschillen waren tussen oost en west, in de voorbereiding tot het inwijdingsritueel van de doop, zal blijken tijdens het congres. Wel kun je al zeggen dat oosterse kerkvaders meer ruimte lieten voor het geheim van God. Bij westerse kerkvaders ligt het accent wat meer op het zoeken naar verklaringen voor het lijden, voor de orde der dingen. Hoewel Augustinus ook zeker God als geheim wilde naderen en benaderen.’’ .

Bron: Dagblad Trouw.

Het interuniversitair Centrum voor Patristische Studies (CPO) is een initiatief van
de Theologische Faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam en de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg.
Op alle pagina's is deze disclaimer van toepassing. (c) 2007