|
Kerkvaders worden weer relevant
Nederlands Dagblad, nieuwsbericht, 18-04-08
'Wetenschappelijk', 'oecumenisch' en 'maatschappelijk relevant' zijn sleutelwoorden voor een nieuw centrum voor studie van de kerkvaders, volgens directeur Paul van Geest. "Klaas Hendrikse had meer Augustinus moeten lezen.''
Professor Paul van Geest heeft er sinds december vorig jaar een functie bij: fondsenwerver. Hij is directeur van een nieuw universitair onderzoekscentrum dat zich richt op de kerkvaders. Voor een deel wordt daarin al bestaand onderzoek samengebracht. Maar er worden ook nieuwe studies opgezet en daarvoor moet Van Geest zelf op pad om geld in te zamelen. Bijvoorbeeld bij bedrijven die een winstfonds hebben waaruit ze wetenschappelijk werk subsidiëren. "Dan trek ik 's morgens mijn mooie pak aan en ga m'n hand ophouden'', grapt hij. "Ik vind het nog wel leuk werk ook. Het houdt je scherp, je moet aantonen wat je waard bent. Ik zie het nut wel in van een beetje ondernemingsgezindheid aan de universiteit.''
En het lukt vrij aardig, zegt hij. "Men voelt: dit centrum gaat iets toevoegen, wat van belang is voor deze tijd.'' Namen van geldschieters wil hij niet noemen, maar te denken valt aan bedrijven waarvan oprichters of eigenaars verwantschap hebben met een kerkelijke of geestelijke stroming.
Centrum voor Patristische Studies (CPO), is de naam. 'Patristiek' is de wetenschap die de kerkvaders bestudeert, hun tijd - nog dicht bij de apostelen uit de Bijbel - en hun invloed in later eeuwen. Het centrum is opgezet door twee theologische faculteiten, die van de Vrije Universiteit (VU) in Amsterdam en de Faculteit voor Katholieke Theologie (FKT) in Tilburg en Utrecht. Wetenschappers als Bram van de Beek, Henk Bakker, Gerard Rouwhorst en Aza Goudriaan doen erin mee.
Boodschap
Wetenschappelijk, oecumenisch en maatschappelijk relevant zal het onderzoek worden, belooft Van Geest. "Hoe probeerden de kerkvaders het belang van geloven duidelijk te maken, in een wereld die daar totaal geen boodschap aan had? Hoe probeerden ze hun gelovigen in te leiden in een levensbesef waarin God een plaats heeft, in het ongelooflijke mysterie van een God die mens werd?'' Dat wordt een van de centrale vraagstellingen.
De tijd van nu gaat weer meer op die begintijd van de kerk lijken: een kleine christelijke minderheid in een samenleving met allerlei levensbeschouwingen. Van Geest vertelt dat hij "uit nieuwsgierigheid'' onlangs als gecommitteerde bij examens op een middelbare school zat. "Daar kwam een meisje dat een kruisje om haar hals droeg. Ik vroeg haar ernaar. Ja, dat was iets van het christendom, dat wist ze wel. Wat het kruis betekende, kon ze niet zeggen, al stond Kruistocht in spijkerbroek op haar boekenlijst. Ze zei: steeds meer moslimmeisjes dragen een hoofddoek en daarom wil ik iets van mijn identiteit benadrukken. Ergens vond ik dat mooi. Hoe veelkleuriger de maatschappij, hoe mooier de kansen om je eigen identiteit en die van je vaderen te doordenken en af te bakenen, en dan zelfbewust in gesprek te gaan. Ook in spirituele zin.''
Paul van Geest (1966) is een makkelijke, enthousiaste prater. Een "blikje frisdrank onder druk'' schreef het Katholiek Nieuwsblad ; "als je het opentrekt, bruist en spettert de inhoud naar buiten.'' Het duurt ook niet lang, als je met hem over de kerkvaders praat, of die worden 'maatschappelijk relevant'. Zo zegt hij over de 'atheïst' Klaas Hendrikse: "De dominee had gewoon meer Augustinus moeten lezen! Augustinus stelde ook al de vraag of God bestaat, zoals wij zeggen dat iets bestaat, namelijk in tijd en in ruimte. Augustinus maakt een vergelijking met onze herinneringen: die 'bestaan' ook niet in tijd en ruimte. Maar ze zijn er wel! En niet alleen verklaarbaar uit chemische reacties. De mens is een mysterie en zichzelf een vraag, zoals Augustinus in zijn Belijdenissen zegt.''
Van Geest is Augustinus-kenner. Zijn belangstelling voor de vader van alle kerkvaders werd gewekt toen hij in Leiden en in Rome studeerde. "In Rome kregen we in bepaalde colleges Augustinus voorgeschoteld als een man van bewijsteksten. Hij wist het. Maar toen ging ik hem zelf lezen en dan ontmoet je een heel andere Augustinus: iemand die ook twijfelt, omtrekkende bewegingen maakt, zoekende is, zijn mening wil geven voor een betere, verlegenheid kent om het geloof te verwoorden. En als ik Augustinus lees, met die geniale retoriek van hem, met zijn stijlfiguren, zijn ironie, sarcasme soms, zijn gebruik van klassieke logica en soms uitvoerige exegese van Bijbelwoorden, dan voel ik me soms over de eeuwen heen ineens aangesproken in mijn geloof. Dát is traditie.''
Stapje dichterbij
'Oecumenisch' is het onderzoekscentrum ook, van meet af aan. De VU, vanouds gereformeerd, en de pauselijk erkende Faculteit voor Katholieke Theologie hebben het samen opgezet. Van Geest is zelf al jaren aan beide instituten hoogleraar. "Dat vond ik toen al bijzonder: ik werd bijzonder hoogleraar Augustijnse Studies aan, toen nog, de Katholieke Theologische Universiteit. En in dezelfde tijd zei de VU: wij willen ook Augustinus bestuderen, kom jij hier ook werken. De duif die toen is uitgevlogen, komt nu met een takje terug.''
Augustinus is voor zowel protestanten als rooms-katholieken een autoriteit, zegt Van Geest. "Als je nu samen teruggaat naar wat hijzelf schreef, kan dat interpretaties relativeren die er in later eeuwen overheen zijn gegroeid. En kun je samen tot nieuwe inzichten komen.'' De onderzoekers hebben zelf geen kerkelijke positie of autoriteit. "Maar we kunnen de beslissers van informatie voorzien waardoor wij de totstandkoming van de Una Sancta , de ene heilige kerk waarvan het Credo spreekt, een stapje dichterbij brengen.''
Het nieuwe centrum presenteert zich officieel op 13 juni, met Eginhard Meijering, de grijze eminentie van de kenners van de vroege kerk in Nederland, als hoofdspreker. Het eerste wetenschappelijk symposium staat ook al in de steigers, in september, over kerkvader Cyprianus, die op 14 september precies 1750 jaar geleden de marteldood stierf. Directeur Paul van Geest over het nieuwe Centrum voor Patristische Studies
mooie preek!
"Mooie preek!'', zeiden mensen in een Rotterdamse parochie onlangs na de viering, toen Paul van Geest een preek had gelezen. "Weten jullie dat het een preek van zeventienhonderd jaar oud was?'', reageerde hij. Het was hun niet opgevallen. Van Geest had delen uit preken van Augustinus gelezen.
Een fragment:
"Want velen liegen veel. Als de rechterhand daarom innerlijk in het verborgene actief is, slaat de linkerhand op al het uiterlijke dat zichtbaar en tijdelijk is. Uw aalmoes moet dus in geweten plaatsvinden: daar geven velen een aalmoes met hun goede wil, ook als ze niet beschikken over geld of iets anders om te geven aan een mens in nood. Velen geven uitwendig iets, maar niet van binnenuit: dat zijn mensen die uit gunstbejag of om iets anders van tijdelijke aard de schijn van barmhartigheid willen wekken. Bij nader toezien werkt bij hen echter alleen de linkerhand. (...)
Broeders en zusters, houdt uzelf dus niet voor de gek. Het is niet genoeg dat u leergierig gekomen bent om het woord te horen, als u afhaakt en niet ook doet wat u hoort. Bedenk: als het mooi is om te horen, hoeveel mooier is het dan om te handelen. Als u niet luistert, als u het luisteren veronachtzaamt, bouwt u niets op. Als u wel luistert maar niet handelt, bouwt u een ruïne. Onze Heer Christus heeft hierover een zeer treffende vergelijking. Wie luistert naar mijn woorden, zegt hij, en ernaar handelt, zal ik vergelijken met een wijs man die zijn huis op de rots bouwt. Luisteren en handelen, dat is dus bouwen op aarde.''
Bron: Wim Houtman / Nederlands Dagblad
Het interuniversitair Centrum voor Patristische Studies (CPO) is een initiatief van
de Theologische Faculteit van de Vrije Universiteit te Amsterdam en de Faculteit Katholieke Theologie van de Universiteit van Tilburg.
Op alle pagina's is deze disclaimer van toepassing. (c) 2007 |